Geweldige dagen in de woestijn

Dit verslag gaat verder met waar we het vorige mee eindigde: de busrit. Stel jezelf eens een mooie grote snelweg voor, druk met vrachtverkeer. Langzaam aan wordt de weg steeds rustiger en het wordt steeds leger tussen de dorpjes die je passeert. Langs de weg is bijna geen begroeiing meer, maar een soort grind, de weg zelf wordt smaller en vol met stof. Het duurt meer dan een half uur voordat je het volgende huisje voorbij raast en dan, uiteindelijk, in de verte doemt er een klein dorpje op. De weg houdt op en verder dan dit dorpje kun je niet komen. Hierna is er ook haast niets meer. Merzouga, het dorpje, ligt aan de rand van de Sahara en dat voel je aan alles!

We stapten ‘s avonds laat de bus uit en meer dan 20 ‘hongerige’ Marokkanen wachtten ons op om een ‘very nice hotel’ aan te bieden. We hadden ons een beetje voorbereid en een mooie deal op internet weten te boeken. Na eventjes wat chaos namen we de regie in handen. Om beurten moesten ze van ons de naam van hun hotel noemen, want anders zouden we wellicht door de verkeerde meegenomen worden. ‘Soleil Blue’ noemde een mooi gesluierde man… die moesten we hebben! En binnen een minuut raceden we weg in een 4×4. Na een lange dag, een heerlijke Tajine en een prachtige maanopkomst, bovenuit de zandduinen in de verte, sliepen we snel, heel snel.

De volgende dag was het echt zomers weer. Onze sjaals hadden we nodig om niet te verbranden. Rond 15:00 uur gingen we de duinen in. Mohammed (onze gids) voorop, gevolgd door twee dromedarissen waar wij op zaten. Het zit voor geen meter, maar dat boeit niet want de uitzichten over de zandduinen hadden al onze aandacht. De zonsondergang was geweldig, met de steeds groter wordende schaduwen van al die duinen naast elkaar. Vervolgens dronken we onze zoveelste ‘berber-wiskey’ (mierzoete thee) en aten we onze zoveelste Tajine, maar nu op een heel speciale locatie: in een tent in de middle of nowhere, oh nee… in de sahara 🙂 Op de vraag waar de WC was, antwoordde Mohammed ‘everywhere’. Tuurlijk, logisch, maar op dat moment toch even verstand op nul zetten, haha! Echt koud hebben we het ‘s nachts niet gehad. De volgende ochtend was de zonsopkomst niet echt bijzonder vanwege de dikke bewolking die er hing (daardoor was het ‘s nachts niet koud). Opnieuw deden we er een uur over om bovenop onze vierpotige vrienden terug in Merzouga te komen.

Tijdens het uitgebreide ontbijt ontmoetten we een bijzondere, maar erg aardige, Italiaanse vrouw. Op haar aanraden hebben we die dag het plaatsje Rissani bezocht. De bevolking in deze regio zijn bijna allemaal Berber, maar Rissani is Arabisch. Hier komen bijna geen toeristen en er is veel van het ‘echte leven’ in Marokko te zien. Wat dat betreft hebben we er niet alles uitgehaald. Want, na een korte wandeling langs onder andere een geitenmarkt belandden we in de souk. Een heel aantal uur later verlieten we deze pas weer. In de tussentijd hebben we vooral gepraat, thee gedronken, meer gepraat, kei hard onderhandeld en nog veel meer thee gedronken (volgens Marokkaanse traditie biedt men je bij iedere ontmoeting thee aan). Op zoek naar een maaltijd (wat hier bijna zonder uitzondering neerkomt op een Tajine) stuitten we op een simpel eethuisje. We wilden graag een vegetarische Tajine, want we hadden geen zin in het vlees wat we in deze souk gezien hadden. ‘Ne pas problem!’ zei de schattige kok op leeftijd. Even later schotelt hij twee bomvolle borden voor. We merken al snel dat dit gewoon de Tajine is met vlees, alleen heeft hij de (meeste) stukken vlees eruit gevist. Oppassen voor de botjes dus, haha! Ondertussen krijgen we steeds meer aandacht van de Marokkanen om ons heen en zien we veel lachende gezichten. De reden is duidelijk, we hebben het eten met brood als bestek nog niet helemaal onder de knie. De kok schiet ons te hulp en komt snel twee vorken brengen. In zo’n lokaal tentje eten is zó veel leuker dan eten in een guesthouse ofzo.

De uiteindelijke opbrengst van een dagje souk: veel gelach, veel nieuwe ‘vrienden’ en een paar souvenirs. Tot dat laatste behoort een mooie Touareg-sjaal die we echt voor een spotprijs hebben binnengeharkt. Zo’n lage prijs zelfs, dat zijn ‘cousin’ niet al te vrolijk was toen hij hoorde wat wij er uiteindelijk voor hoefden te betalen. Klinkt misschien zielig, maar wij hoefden dat ding eigenlijk niet eens. Toen hij almaar bleef zakken met de prijs, maakten we er een spelletje van. Met zo’n lage prijs als gevolg dat ze ons bij het hotel haast niet konden geloven. Ging dat ook maar zo met de dingen die we juist heel graag willen kopen. Voorlopig zijn we ‘uitgewinkeld’, want daarvoor zijn we niet in Marokko.

De volgende stop is waarschijnlijk Skoura, een oase die op de Unesco lijst staat vermeld. We zijn benieuwd.

Ohjaa, we lazen iets over een aanslag en gijzeling in Parijs. Generaliseer dit aub niet over ‘alle moslims’, want de mensen hier zijn fantastisch en buitengewoon beschaafd!

Sorry, dat moest even 😉
Ciao!

Advertenties